Standaard nieuws categorie

In januari werd ik benaderd door de dochter van Mw. v.d. Niet, Petra Dekker, die de klederdracht een oude bolderkar en een wandelwagen aanbood. Onmiddellijk was ik zeer geïnteresseerd en vereerd.

Na wat heen en weer gemail mocht ik in januari de spullen ophalen. Wat is het leuk!
Ik zie ons al op de tuinenmarkt met de wagen paraderen! Sjaan van Kekeren beloofde onmiddellijk op zoek te gaan naar oude lakentjes en dekentjes en kleine kleertjes. Gelukkig hadden we al een oude pop die we ook vaak meenemen naar optredens van de klederdrachtgroep.
We popelen om weer te beginnen met optredens om onze mooie kleding te laten zien en te vertellen over Noordwijk in vroeger tijden.  Maar ja, ook wij moeten geduldig afwachten.
Dus, misschien ziet u ons op de tuinenmarkt paraderen. Dan weet u dat deze oude spulletjes wel heel goed gebruikt worden. Zo is de wagen van zolder opeens voor iedereen te zien.

Zeer hartelijk dank aan Mw. v.d. Niet en haar dochter Petra die dit geregeld heeft.

Cora Vliet Vlieland, Klederdrachtgroep

De afgelopen tijd heeft Museum Noordwijk twee schenkingen ontvangen. De eerste aanwinst betreft een paar honderd jaar oude laarsjes, door de schenkster Sjaan van Kekeren jarenlang gedragen bij klederdrachtshows door heel Nederland. De tweede schenking komt uit de nalatenschap van Joke Dekker, zij kreeg deze textiele werkstukken uit ongeveer 1920 van haar aangetrouwde tante Cornelia Marbus.

Op uitdrukkelijk verzoek van Willem Peschier doneerden de vele aanwezigen  bij zijn uitvaart vorig jaar een bedrag dat gebruikt diende te worden voor een nader te bepalen collectiestuk van Museum Noordwijk. In overleg met de nabestaanden werd ervoor gekozen om een schilderij van de hand van Leo Klein Diepold, dat deel uitmaakt van de collectie Museum Noordwijk, te laten restaureren. Het gerestaureerde kunstwerk is onlangs weer teruggekeerd in de schoot van het museum.

Willem Peschier heeft vele jaren als vrijwilliger op verschillende terreinen zijn beste krachten gegeven aan het Genootschap Oud Noordwijk. Hij verrichtte veel mooi en dankbaar werk binnen zowel Museum Noordwijk als Streekmuseum Veldzicht. Het typeert de man dat hij ook na zijn dood nog een bijdrage wilde leveren aan het genootschap. Het bestuur van het genootschap is hem heel veel dank verschuldigd voor zijn inzet. Door zijn gebaar is een schilderij van Leo Klein Diepold, dat het genootschap al in eigendom had, gerestaureerd en weer in museale staat teruggebracht.  Het schilderij toont de Jan Kroonsweg  met op de achtergrond De Kapel, die nog in de Hoofdstaat van Noordwijk aan Zee te vinden is. Omdat de Kapel geschilderd is met een hekwerk kan vastgesteld worden dat Klein Diepold het kunstwerk gemaakt heeft tussen 1906 en 1913. In het najaar 1905 werd dit hekwerk namelijk aangebracht op De Kapel, nadat het een eeuw daarvoor door storm verloren was gegaan. De tweede aanwijzing is dat het huis met de witte gevel aan de rechterkant van de weg in 1913 gesloopt werd. Op die plek werd later de garage van het Palacehotel gebouwd. Ook Max Liebermann, voor wie een wandelroute langs kopieën van zijn werken is uitgezet in  Noordwijk, vereeuwigde de Jan Kroonsweg meermalen in de zomer van 1905. Klein-Diepold en Liebermann trokken veel met elkaar op. Een briefwisseling van Klein Diepold met zijn latere echtgenote Luise Gascard leert dat Liebermann Klein Diepold zo bezighield dat laatstgenoemde niet meer aan schilderen toekwam. Het werk De Jan Kroonsweg met De Kapel is jarenlang in bezit geweest van de familie Den Hollander van hotel-pension Hollander. Het verhaal gaat dat dit werk door Leo Klein-Diepold als betaalmiddel is gebruikt voor bewezen diensten. Het gerestaureerde schilderij zal een mooie plek krijgen in de wisseltentoonstelling over het werk van Klein Diepold die vanaf 17 april in Museum Noordwijk te bewonderen zal zijn.

Op 9 oktober vond in de Blauwdotterzaal van Museum Noordwijk de officiële opening plaats van de wisseltentoonstelling ‘Allemaal Noordwijkers’. Het bestuur van het Genootschap Oud Noordwijk was zeer vereerd dat Wouter Senf, de achterkleinzoon van de bekende Noordwijkse kunstenaar Leon Senf, de opening wilde verrichten. De tentoonstelling is te bezoeken tot en met 21 maart volgend jaar.

Bij de officiële opening van de tentoonstelling konden vanwege het streng gehanteerde corona protocol helaas lang niet alle in aanmerking komende mensen aanwezig zijn. Desondanks werd het een feestelijke aangelegenheid. Voorzitter Leon Guijt heette de aanwezigen welkom en bedankte de inzet van de tentoonstellingscommissie en andere vrijwilligers die ook deze tentoonstelling weer mogelijk hebben gemaakt. Hij dankte ook Wouter Senf en zijn echtgenote die eerder dit jaar maar liefst 253 werken van overgrootvader Leon Senf aan het genootschap  schonken. Vanzelfsprekend was er maar één persoon die in aanmerking kwam om de tentoonstelling, waar ook veel werken van Leon Senf te bewonderen zijn, te openen en dat was Wouter Senf. Tijdens zijn openingswoorden werd duidelijk dat het vastleggen van het wel en wee belangrijk is voor de nazaten om te weten wat hun voorouders heeft beziggehouden. Waarom Leon Senf in Noordwijk belandde blijkt een mysterie dat op de dag van vandaag voor de familie voortduurt. Wouter vertelde dat zijn overgrootvader een harde werker is geweest getuige die enorme hoeveelheid kunstwerken die hij heeft vervaardigd. En dat de personen die hij graag op het schilderdoek vastlegde ook harde werkers waren waaronder boeren en vissers. Over de schenking zei hij het volgende : Dat is een bewuste keuze geweest. “De werken moeten te zien zijn voor iedereen die er kennis van wil nemen. Omdat een groot aantal restauratie nodig heeft is het voor ons als familie belangrijk dat het Genootschap Oud Noordwijk die taak op zich heeft willen nemen.” Het echtpaar genoot zichtbaar van een aantal schilderijen van de hand van Leon Senf die door restauratie weer in volle glorie te zien zijn. Maar er is nog veel meer te genieten. Alle portretten die in de tentoonstelling te zien zijn hebben op de één of andere manier met Noordwijk te maken. Het zijn portretten van Noordwijkers die veelal met naam en toenaam bekend zijn en/of portretten die door Noordwijkers gemaakt zijn. De tentoonstelling bevat schilderijen, werken op papier en grafische werken  van gerenommeerde portretkunstenaars waaronder ook Leo Klein Diepold, L.O. Wenckebach, Charlotte van Pallandt en Marinus Heijnes. Uit de fotoarchieven zijn mooie foto’s geselecteerd van bekende Noordwijkers die gemaakt zijn door onder andere de toentertijd bekende fotografen Jacob Braakman en Toon van Kampen. En die door de inzet van Willem van de Haak weer een prachtige uitstraling en kwaliteit hebben gekregen. Hedendaagse Noordwijkse kunstenaars, zoals Joke C. Bos en Saskia van der Linden hebben ook hun welverdiende plek gekregen. “Allemaal Noordwijkers’ verdient het om door alle Noordwijkers gezien te worden. Dat kan tot en met 21 maart volgend jaar.

Foto boven: Wouter Senf en zijn echtgenote bij een van de werken van overgrootvader Leon Senf die zij geschonken hebben aan het genootschap en die ondertussen gerestaureerd te zien is in de tentoonstelling ‘Allemaal Noordwijkers’.

Achterkleinzoon van de bekende schilder Leon Senf, Wouter Senf tijdens de opening van de nieuwe wisseltentoonstelling ‘Allemaal Noordwijkers’ in Museum Noordwijk.

Museum Noordwijk presenteert met trots een nieuwe blik op het werk van twee meester schilders die in Noordwijk werkten. Soms zelfs zij aan zij: Jan Hillebrand Wijsmuller (1855-1925) en Ludolph Georg Julius Berkemeier (1864-1930).

Van 1 april 2023 t/m 17 september 2023

Op 9 september bezochten twee achterkleindochters van de beroemde schilder Jan Hillebrand Wijsmuller Museum Noordwijk om een prachtige tekening van de Amsterdamse schilder te overhandigen.

Samen met hun vader hadden zij op 13 februari, de geboortedag van de schilder, het museum al laten weten dat de schenking eraan zat te komen. Wijsmuller bezocht Noordwijk enkele maanden in 1898 en 1902. Daar maakte hij ook het geschonken kunstwerk. Op de tekening zijn de achtergevels van de huizen van de voormalige Jan Kroonsweg te zien. Helemaal aan de linkerkant is de boerderij te zien waar nu Museum Noordwijk is gehuisvest. De duinen op de voorgrond bevonden zich tussen de Jan Kroonsweg en de toenmalige Noordzeesteeg. De tekening is dus terug op de plek waar hij ongeveer 120 jaar geleden gemaakt werd.

Tekening wordt opgenomen in speciale tentoonstelling
In 2022 zal er in Museum Noordwijk een tentoonstelling zijn over het werk van de schilders Jan Hillebrand Wijsmuller en Ludolph Berkemeier. Beide trokken in de maanden dat zij in Noordwijk aanwezig waren met elkaar op en schilderden op dezelfde plekken. Wijsmuller trad daarbij op als mentor. Berkemeier als jongere aankomende schilder mocht meeliften op de aanwijzingen van de aanzienlijk meer ervaren en op dat moment meer succesvolle schilder uit Amsterdam. De geschonken tekening zal bij die wisseltentoonstelling uiteraard te zien zijn.  Museum Noordwijk heeft recent ook al een paar werken van de schilder Wijsmuller weten te verwerven. De plek die de zeer gewaardeerde schilder binnen de collectie inneemt wordt steeds belangrijker. Ondanks het feit dat Wijsmuller maar een beperkte tijd in Noordwijk doorbracht heeft hij veel hoog gekwalificeerd werk gemaakt. Van het Noordwijk uit de tijd van Wijsmuller is vandaag de dag weinig meer terug te vinden. Daarom zijn de gemaakte kunstwerken zo belangrijk om dit deel van het Noordwijkse erfgoed te kunnen laten zien. Mocht uw interesse voor de schilder Jan Hillebrand Wijsmuller gewekt zijn, kijkt u dan eens hier op de website van de schilder.

Mevrouw Iet v. d. Niet schonk deze unieke 110 jarige karbies van haar opoe aan het museum. Het is een bijzonder exemplaar, want aan de zijkanten zitten gaatjes waar 2 breipennen door heen kunnen. Zo had ze onderweg of op visite altijd wat te doen.

Schenking aan het Museum Noordwijk  door de familie Admiraal, eigenaren van de visrokerij en viswinkel Admiraal de Wit aan de Schoolstraat te Noordwijk aan Zee.

Na 130 jaar gaat het bedrijf sluiten. Wij kregen de vraag of het Museum Noordwijk eens op de zolder wilde komen kijken of er iets moois bij was voor het Museum. Wij zijn uiteraard gaan kijken en hebben een aantal interessante voorwerpen uitgezocht, waaronder twee tonnen, twee haringmanden, een kuipers passer, een dissel, een haringemmer, een kuip, een Joon, een ets met een vis, drie pijpenhouders met aardewerk pijpenkoppen. (nog van de overgrootvader Cornelis Admiraal, de oprichter van de zaak)

Jan Hillebrand Wijsmuller was toen hij Noordwijk op zaterdag, 2 juli 1898 voor het eerst bezocht drieënveertig jaar. Als kunstschilder had hij z’n sporen al verdiend. Z’n deelname aan wereldtentoonstellingen en exposities van het Glaspalast in München maken duidelijk dat hij zelfs internationaal behoorlijk aan de weg timmerde. Bij vele van die tentoonstellingen zoals in Chicago, Parijs, Barcelona, St. Louis, Antwerpen en Nice werd hij voor zijn werk onderscheiden met zilveren en gouden medailles. Kortom: een schilder van topniveau! Zijn bijnaam was evenwel mogelijk de mooiste prijs: Jan de Goeierd! Een omschrijving die hij aan de kwaliteit van zijn werk had kunnen ontlenen, maar waarvan de werkelijke betekenis verwijst naar zijn sociale inslag; hij was altijd bereid anderen te helpen. Dat was in 1898 ook de reden om naar Noordwijk te komen.


Wie in Noordwijk had er hulp nodig? Ludolph Berkemeier was in vergelijking tot Jan Wijsmuller bijna tien jaar jonger. Hij was in 1891 na acht jaar studie als landschapsschilder aan de Academie in Weimar afgestudeerd. Vanuit z’n opleiding was Berkemeier vertrouwd met het onderwijssysteem waarbij een oudere meer ervaren schilder met z’n leerlingen naar buiten trok en waarbij de lerenden de kunst konden afkijken van de meester. In 1893 keert hij in Nederland terug en vestigt zich onder de rook van Amsterdam in Baambrugge (Abcoude). Hij wordt lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitae waar Wijsmuller in de jaren 1894 – 1897 als vicevoorzitter een bestuursfunctie vervulde met als speciale taak de opvang van jonge collega’s. Mogelijk kenden de twee elkaar al van hun gemeenschappelijke deelname aan de tentoonstellingen van het Glaspalast in 1889 t/m 1892. Op 28 oktober 1896 koopt Berkemeier huis Dorpzicht, Hoofdstraat 149 te Noordwijk aan Zee. Hij probeert in de badplaats in opkomst een toekomst op te bouwen. Ludolph Berkemeier die als schilder aan het begin van z’n carrière staat, ontmoet hier een coryfee die het gewend is om anderen op sleeptouw te nemen. Ze trekken samen door het zeedorp en kiezen er hun schilderplekken.
Een van de plekken waar ze hun schilderspullen neerzetten is in het duingebiedje tussen de achterkanten van de huizen van de Jan Kroonsweg en de Noordzeesteeg. Ludolph Berkemeier heeft wat hoger gezeten waardoor hij achter de huizen van de Noordzeesteeg ook nog net de zee, het huis van de gebroeders Duindam waar in 1911 pension Hollander gebouwd zou worden en de boerderij van Marbus kon zien. Hij kon z’n mentor Wijsmuller die wat lager, net naast en voor hem zat, goed in de gaten houden. Mogelijk mede door deze lessen kon Berkemeier uitgroeien tot een voortreffelijk kunstenaar.


Op 12 oktober 1898 na ruim drie maanden vertrekt Wijsmuller weer uit Noordwijk. In 1902 zou hij een dergelijk werkbezoek herhalen. Honderdtwintig jaar later, in het jaar 2022 hoopt Museum Noordwijk een zomertentoonstelling te kunnen presenteren waarin deze twee schilders en hun samenwerking centraal staan. De heel recente aanwinst ‘Huisjes aan de Noordzeesteeg te Noordwijk’ van de meester Jan Hillebrand Wijsmuller zal bij die tentoonstelling te zien zijn.