De uitbreidingsplannen van Museum Noordwijk stonden op 30 maart op de agenda van de raadscommissie Bestuur, Middelen en Economie. Het uitbreidingsplan werd met enthousiasme begroet maar er waren ook de nodige vragen.

In de vergadering was het aan de raadscommissie om zich een beeld te vormen van de voorgestelde uitbreiding van Museum Noordwijk en het ophalen van relevante informatie. Daarbij werden de commissieleden naast de al toegestuurde formatie vanuit de gemeente en het Genootschap Oud Noordwijk geholpen door een presentatie van laatstegnoemde. In de presentatie van voorzitter Leon Guijt, bijgestaan door penningmeester Joost de Vries kregen de commissieleden een beeld hoe het museum aan het Jan Kroonsplein er na de uitbreiding van buiten en binnen uit kan gaan zien. Zo’n acht jaar geleden is het bestuur van het genootschap plannen gaan maken voor een nieuw museum dat ook in de nabije en verre toekomst bestaansrecht heeft. Het ingediende plan bij het college en de raad van het voormalige Noordwijk werd in dank ontvangen maar zou ambitieuzer moeten zijn, zo werd in de politieke kringen geconcludeerd. Een daarop ingediend veel verdergaand plan kreeg de handen op elkaar van het college en de raad maar kon door de aanstaande fusie met Noordwijkerhout niet afgetikt worden met een raadbesluit. Na de fusie werd duidelijk dat het nieuwe college van de gefuseerde gemeente het ambitieuze plan een brug te ver vond en vroeg het genootschap een nieuw plan te maken met een aangepaste maat en schaal. Dat plan is gemaakt en kreeg het groene licht van het college. Vervolgens is het aan de raad om zich uit te spreken. In de eerste ronde op 30 maart was er bijval voor het voorliggende plan maar waren er ook de nodige vragen die door Guijt, De Vries en wethouder Roberto ter Hark adequaat beantwoord konden worden.  Natuurlijk gingen die over de financiën. In het voorstel gaat de jaarlijkse subsidie van de gemeente aan het museum omhoog van 30.000 naar 75.000 euro. Ter Hark weerlegde de zorg dat deze verhoging ten koste gaat van andere culturele organisaties. Ook wees hij de fracties erop dat het genootschap ‘heel veel eigen middelen heeft weten veilig te stellen om de uitbreiding mogelijk te maken’. Er waren verder vragen over het extra geld dat het genootschap nog moet vinden om de plannen te realiseren. De Vries gaf aan dat hier nog een opgave ligt voor het bestuur maar dat deze er alle vertrouwen in heeft dat dit haalbaar is. “Grote fondsen die hier hun bijdrage aan kunnen leveren stellen als eis dat de gemeente ook haar bijdrage levert aan het plan. Het besluit van de gemeenteraad maakt de weg vrij om met de fondsen te gaan praten.” De uitgevoerde benchmark met vergelijkbare musea werd ook aan de orde gesteld. Die maakt duidelijk dat op termijn het bezoekersaantal jaarlijks kan opschalen naar 25.000 bezoekers. Waar het museum gezien de kleinschaligheid nu nog nauwelijks promotie activiteiten ontplooit gaat dat in samenwerking met Noordwijk Marketing en de grote hotels straks wel gebeuren. De vragen over extra parkeerplekken voor Museum Noordwijk 2.0 worden later behandeld. Dan was er nog de kwestie van Noordwijkerhout van Toen (Novato) en Oud De Zilck. Die kregen de indruk dat hun voortbestaan ondermijnd zou worden in het nieuwe Museum Noordwijk. Voorzitter Leon Guijt was daar helder over. “Wij bieden beide een voorportaal om in Museum Noordwijk te verwijzen naar hun eigen  locaties en collecties. Het is aan hun om te laten weten of zij daar gebruik van willen maken.”

Foto: De raadscommissie besprak op 30 maart de uitbreidingsplannen van Museum Noordwijk. De presentatie van het Genootschap Oud Noordwijk maakte duidelijk hoe het nieuwe museum er van buiten en van binnen uit kan gaan zien.

Met de aankoop van een schitterend bewaard gebleven aquarel uit 1890 van de hand van de Duitse schilder Hans Herrmann heeft het Genootschap Oud Noordwijk een uniek werk aan de collectie van Museum Noordwijk kunnen toevoegen. Het werk is uniek omdat Noordwijk aan Zee vanuit het noorden is vereeuwigd, waar nagenoeg alle werken in eigendom van het museum vanuit het zuiden, waaronder het Dobbelmannduin, zijn geschilderd. En tweede uniek punt is dat de bekende schilder Herrmann tot voor kort niet in verband werd gebracht met Noordwijk.

Herrmann (Johann (Hans) Emil Rudolf (8.3.1858, Berlijn – 21.7.1942, Berlijn) nam voor zijn kunstwerk positie op het hoge duin waarop de vuurbaak stond en waar later Seinpost gebouwd zou worden. In de verte zijn de contouren van het kort (1895) daarvoor gebouwde Huis ter Duin zichtbaar. De zeventiende-eeuwse kerk torent overal bovenuit en is in het beeld dominant aanwezig. Van de Noord Boulevard (later Koningin Wilhelmina Boulevard) is nog niets te zien. Het toen nog kleine dorpje wordt aan de noordzijde begrensd door het in 1895 bestraatte Cleypad dat vanaf dat moment Schoolstraat zou gaan heten. Het toerisme lijkt op het kunstwerk nog ver weg. Op het strand zijn slechts drie vrouwen in klederdracht te zien en de droevige restanten van een bomschuit. Vooraan in het beeld is rechts het huisje te zien van de gebroeders Duindam. Daar zou later, in 1911, pension Hollander verrijzen. Links staat de boerderij van Marbus, de schoonzoon van Nicolaas Barnhoorn. Direct daarachter zien we de opvallend okergeel gekleurde gevel van het huis van Niek den Hollander,  de voorloper  van pension Hollander. Herrmann was lid van de Berlijnse Academie, evenals van de groep ‘Elf’, waartoe ook Max Liebermann (met een wandeling door Noordwijk kunnen replica’s van zijn ‘Noordwijkse’ werken worden bewonderd) behoorde. Sinds 1879 zijn er regelmatig tentoonstellingen van het werk van Herrmann, georganiseerd in Europa en daarbuiten. Waaronder in de Verenigde Staten van Amerika en Australië. Hij werkte op veel plekken in Nederland, waaronder, Vlissingen, Spakenburg,  Amsterdam, Dordrecht, Veere, Delft, Leiden, Volendam, Egmond, Elburg, Breskens, Scheveningen en Katwijk. Hij schilderde vooral ‘en plein air’ en dan vooral dorps-, stads-, strand- en havengezichten, met vaak veel menselijke figuren, grauwe luchten en aandacht voor typisch Hollandse folklore-elementen. In 1890 was hij in Katwijk en bezocht toen ook Noordwijk. Aanvankelijk werd vanuit het genootschap tevergeefs een bod gedaan op de veiling waar ‘de Herrmann’ werd aangeboden. Het werk bleek aangekocht door een kunstvriend van Jaques Dekker, voorzitter van de tentoonstellingscommissie van Museum Noordwijk. Toen die hoorde dat het genootschap ook in de race was geweest om het aan te kopen besloot hij het belangrijke werk voor een gereduceerd bedrag over te dragen. Ook dat soort vrienden worden door het genootschap gekoesterd.

Foto: Het Genootschap Oud Noordwijk heeft met de aankoop een uniek werk van de Duitse schilder Hans Herrmann aangekocht. Jaques Dekker, hoofd van de tentoonstellingscommissie van Museum Noordwijk (l) en voorzitter van het genootschap Leon Guijt zijn blij met de aanwinst van de aquarel uit 1890, die prachtig bewaard is gebleven.