Schenking aan het Museum Noordwijk  door de familie Admiraal, eigenaren van de visrokerij en viswinkel Admiraal de Wit aan de Schoolstraat te Noordwijk aan Zee.

Na 130 jaar gaat het bedrijf sluiten. Wij kregen de vraag of het Museum Noordwijk eens op de zolder wilde komen kijken of er iets moois bij was voor het Museum. Wij zijn uiteraard gaan kijken en hebben een aantal interessante voorwerpen uitgezocht, waaronder twee tonnen, twee haringmanden, een kuipers passer, een dissel, een haringemmer, een kuip, een Joon, een ets met een vis, drie pijpenhouders met aardewerk pijpenkoppen. (nog van de overgrootvader Cornelis Admiraal, de oprichter van de zaak)

Hotel Hoek op de Koningin Wilhelmina Boulevard.

Dit hotel is gebouwd op de laats waar hiervóór de Vuurbaak was gelegen. Hugo Hoek stichtte in 1908 zijn pensionbedrijf en het is na diverse verbouwingen een mooi hotel geworden, met hiernaast twee villa’s nl. Welgelegen en Benvenuta.


Het hotel werd later overgenomen door zijn zoon Hugo, die het beheerde tot ongeveer 1963 waarna hij het verkocht aan de familie Wijntjes.


In de wintermaanden was het hotel gesloten en werden er diverse onderhouds werkzaamheden verricht. De heer Hoek woonde de laatste jaren in Villa Weltevreden, vlak achter het hotel.

Hier was ook een garage met daarboven diverse kamers voor het personeel. Dit personeel kwam uit diverse plaatsen in Nederland waardoor een slaapplaats nodig was.


De twee villa’s Welgelegen en Benvenuta werden ook verhuurd, vaak aan wat meer welgestelde burgers. Hotel Hoek was een echt familiehotel waar de gasten vaak weer opnieuw terugkeerden. Ook had het hotel eigen strandstoelen en een eigen badman, Gijs van Rooyen. Deze badman was in vaste dienst en deed in de wintermaanden het onderhoud.
De heer Hoek was een zeer sociaal mens en zijn grote hobby was het muziekkorps “Echo der Duinen”.
Ook hotel Hoek is in de 70er jaren gevallen tijdens de grote sloopwoede op de Wilhelmina Boulevard.

Jan Hillebrand Wijsmuller was toen hij Noordwijk op zaterdag, 2 juli 1898 voor het eerst bezocht drieënveertig jaar. Als kunstschilder had hij z’n sporen al verdiend. Z’n deelname aan wereldtentoonstellingen en exposities van het Glaspalast in München maken duidelijk dat hij zelfs internationaal behoorlijk aan de weg timmerde. Bij vele van die tentoonstellingen zoals in Chicago, Parijs, Barcelona, St. Louis, Antwerpen en Nice werd hij voor zijn werk onderscheiden met zilveren en gouden medailles. Kortom: een schilder van topniveau! Zijn bijnaam was evenwel mogelijk de mooiste prijs: Jan de Goeierd! Een omschrijving die hij aan de kwaliteit van zijn werk had kunnen ontlenen, maar waarvan de werkelijke betekenis verwijst naar zijn sociale inslag; hij was altijd bereid anderen te helpen. Dat was in 1898 ook de reden om naar Noordwijk te komen.


Wie in Noordwijk had er hulp nodig? Ludolph Berkemeier was in vergelijking tot Jan Wijsmuller bijna tien jaar jonger. Hij was in 1891 na acht jaar studie als landschapsschilder aan de Academie in Weimar afgestudeerd. Vanuit z’n opleiding was Berkemeier vertrouwd met het onderwijssysteem waarbij een oudere meer ervaren schilder met z’n leerlingen naar buiten trok en waarbij de lerenden de kunst konden afkijken van de meester. In 1893 keert hij in Nederland terug en vestigt zich onder de rook van Amsterdam in Baambrugge (Abcoude). Hij wordt lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitae waar Wijsmuller in de jaren 1894 – 1897 als vicevoorzitter een bestuursfunctie vervulde met als speciale taak de opvang van jonge collega’s. Mogelijk kenden de twee elkaar al van hun gemeenschappelijke deelname aan de tentoonstellingen van het Glaspalast in 1889 t/m 1892. Op 28 oktober 1896 koopt Berkemeier huis Dorpzicht, Hoofdstraat 149 te Noordwijk aan Zee. Hij probeert in de badplaats in opkomst een toekomst op te bouwen. Ludolph Berkemeier die als schilder aan het begin van z’n carrière staat, ontmoet hier een coryfee die het gewend is om anderen op sleeptouw te nemen. Ze trekken samen door het zeedorp en kiezen er hun schilderplekken.
Een van de plekken waar ze hun schilderspullen neerzetten is in het duingebiedje tussen de achterkanten van de huizen van de Jan Kroonsweg en de Noordzeesteeg. Ludolph Berkemeier heeft wat hoger gezeten waardoor hij achter de huizen van de Noordzeesteeg ook nog net de zee, het huis van de gebroeders Duindam waar in 1911 pension Hollander gebouwd zou worden en de boerderij van Marbus kon zien. Hij kon z’n mentor Wijsmuller die wat lager, net naast en voor hem zat, goed in de gaten houden. Mogelijk mede door deze lessen kon Berkemeier uitgroeien tot een voortreffelijk kunstenaar.


Op 12 oktober 1898 na ruim drie maanden vertrekt Wijsmuller weer uit Noordwijk. In 1902 zou hij een dergelijk werkbezoek herhalen. Honderdtwintig jaar later, in het jaar 2022 hoopt Museum Noordwijk een zomertentoonstelling te kunnen presenteren waarin deze twee schilders en hun samenwerking centraal staan. De heel recente aanwinst ‘Huisjes aan de Noordzeesteeg te Noordwijk’ van de meester Jan Hillebrand Wijsmuller zal bij die tentoonstelling te zien zijn.